Met stijgende verbazing heb ik de afgelopen week het inmiddels rituele politieke dansje rond de ‘gruweldood’ van dieren in de Oostvaardersplassen gevolgd. Deze keer was het Tweede kamerlid Henk Jan Ormel die namens het CDA de door een actualiteitenrubriek losgemaakte emoties trachtte te ‘kanaliseren’. Een cameraploeg had beelden van stervende dieren gemaakt – overigens zonder in te grijpen, wat wel een wettelijke plicht is – en vooral tegenstanders van het beheer in de Oostvaardersplassen laten vertellen dat dit toch niet kon. Vrijwel gelijktijdig berichtten andere media dat het met de sterfte van dieren in de Oostvaardersplassen dit jaar meeviel…
De oplossing van dierenarts Ormel? Preventief afschieten die dieren! Jagers hebben gezegd dat ze dat dan bij voorkeur in de bronsttijd zouden willen doen en dan ongeveer de helft zouden moeten neermaaien. Goed plan, en dan een camera van diezelfde actualiteitenrubriek erop zetten, alles filmen en kijken hoe hoog de emoties dan oplopen! Nee, het enige juiste antwoord kwam deze week van landbouwminister Gerda Verburg. Zij wil al komend najaar een deskundig advies over de toestand in de Oostvaardersplassen. Dit advies was al gepland, maar zou pas volgend jaar worden gegeven. Geen emotie, maar keiharde feiten moeten er op tafel komen.
Fel tegen
Ik begrijp de bezorgdheid en commotie over de dieren in de Oostvaardersplassen. De Dierenbescherming is altijd zeer kritisch geweest over de gang van zaken aldaar. In beginsel zijn wij namelijk fel tegen het introduceren van dieren in (natuur)gebieden. Als een gebied daar ‘klaar’ voor is, verschijnen dieren vanzelf, of niet; de mens moet zich daar niet in mengen! Nu dit in de Oostvaardersplassen toch is gebeurd, vlamt bijna jaarlijks de discussie op over dierenleed in dit gebied. Selectieve verontwaardiging wat mij betreft… Je zou willen dat er zoveel aandacht was in de politiek voor het leed dat miljoenen dieren dagelijks ten deel valt in de vee-industrie. Het wordt tijd dat selectieve verontwaardiging plaats maakt voor een werkelijk objectieve afweging van feiten.
Met rust laten
In het verleden heeft de Dierenbescherming de discussie rond de Oostvaardersplassen actief en vasthoudend aangejaagd. Tot de rechter aan toe. Ons doel is altijd een zo diervriendelijk mogelijk beheer van de grote grazers geweest. De Dierenbescherming heeft zich inmiddels – na diverse uitspraken van zowel politiek als rechtelijke macht – ‘neergelegd’ bij een vorm van beheer waarbij de dieren zoveel mogelijk met rust worden gelaten en alleen bij duidelijk lijden wordt ingegrepen door ‘reactief afschot’. Deze vorm van beheer door Staatsbosbeheer is dus mede tot stand gekomen door eerdere bezorgdheid en druk vanuit de Dierenbescherming over het oude beleid. In het verleden waren er geen duidelijk kaders om te bepalen wanneer dieren uit hun lijden moesten worden verlost. Nu zijn die er wel. Bij onacceptabele sterfte als gevolg van bijvoorbeeld barre weersomstandigheden is zelfs bijvoeren van de dieren een optie. Dit moet trouwens niet te snel gebeuren omdat anders de populatie onverantwoord groot blijft waardoor het dierenleed alleen maar groter wordt in een volgend (winter)seizoen. Ook zijn wij dus fel tegen het ‘preventief’ afschieten van dieren door jagers zoals deze week werd voorgesteld in de Tweede Kamer.
Gebiedsuitbreiding
De Dierenbescherming vindt overigens wel dat gebiedsuitbreiding voor de dieren in de Oostvaardersplassen noodzakelijk is. Op die manier kunnen zij naar andere gebieden trekken als dat nodig is. Inmiddels is het Fluitbos voor de herten opengesteld en mag Staatsbosbeheer het Oostvaarderswold beheren. Hier heeft de provincie Flevoland in september mee ingestemd. Wat mij betreft zou hiermee dus zeer snel begonnen kunnen worden. Het Oostvaarderswold is 1.600 hectare groot en is een verbinding naar het Horsterwold, dat een oppervlakte van zesduizend hectare heeft. Dit gebied is al in eigendom van Staatsbosbeheer.
Zorgplicht
Uit berichtgeving in de media kan opgemaakt worden dat de uitvoering van het beheer in de Oostvaardersplassen (reactief afschot) niet altijd optimaal is. Hierdoor komt het voor dat dieren een natuurlijke dood sterven. Toch ontkomen we niet aan dit soort taferelen: de natuur is soms keihard, ook voor kleinere dieren, alleen is dit meestal niet zichtbaar. Dat neemt niet weg dat wij een zorgplicht hebben: bij duidelijk lijden moeten dieren geholpen worden! Voor wilde dieren zoals herten, die niet gewend zijn aan menselijk handelen, is het meestal het beste om dieren te euthanaseren. Wij zullen contact opnemen met Staatsbosbeheer om erop aan te dringen het reactieve afschotbeleid nog verder aan te scherpen en uit te voeren om zo onnodig dierenleed te voorkomen.
Positieve geluiden
En tenslotte beste lezers, mag ik, los van alle emotie nog een paar positieve geluiden kwijt over de dieren in de Oostvaardersplassen? Want, hoe prachtig is het dat de dieren daar alle vrijheid hebben om hun natuurlijke gedrag te uiten? Groepen worden gevormd en sociale structuren ontstaan, zoals die van nature ook voorkomen: hengsten met een harem terwijl een clubje jonge hengsten samen erom heen dwarrelt, wachtend tot hun tijd komt om een harem van een van de oudere hengsten over te nemen, vossen die ongestoord, overdag, tussen dit tafereel doorlopen, omdat ze, in tegenstelling tot de meeste andere gebieden in Nederland, niet bejaagd worden. Het is geweldig om te zien hoe dieren in Nederland op zo’n natuurlijke wijze kunnen leven. Geen verstoring van de mens. Geen jachtactiviteiten.
Kortom, een herbezinning op de Oostvaardersplassen is op zijn plaats. Zeggen: ik ben voor, of tegen, is te simpel.

Recent Comments