Ook in 2012 vergeten we geen dier…

Algemeen No Comments »

In mijn vorige column schreef ik dat 2011 een goed jaar was voor de Dierenbescherming. En ja, trots mogen terugkijken op wat je hebt bereikt, is goed voor het zelfvertrouwen. Maar eigenlijk tellen slechts het heden en de toekomst. Een ding is zeker: er is geen tijd om op onze lauweren te rusten! Ook in 2012 is er voor miljoenen dieren winst te behalen  in hun welzijn. Wat doet de Dierenbescherming dit jaar om het leven van nog meer dieren beter te maken? En hoe zorgen we er voor dat de vooruitgang die we in de loop der jaren hebben geboekt behouden blijft?

Een grote slag zullen we slaan in de doorontwikkeling van het Beter Leven kenmerk, dat een op zichzelf staande term voor productie van dierlijke producten met oog voor de dieren moet worden. Zoals Max Havelaar dat is voor eerlijke koffie. Daarbij werken wij samen met bedrijfsleven en overheid. Zo zijn wij betrokken bij de invoering van Welfare Quality, een project dat de bewustwording van veehouders ten aanzien van het welzijn van landbouwhuisdieren moet vergroten. Belangrijk doel: het creëren van een Europese standaard voor dierenwelzijn. De opzet van het Beter Leven kenmerk, dat al ruim elf miljoen dieren aan een beter leven heeft geholpen, dient als lichtend voorbeeld.

Borst natmaken
Maar de Dierenbescherming zal in 2012 natuurlijk ook luid en duidelijk aanwezig zijn in het debat over de nieuwe Wet natuur, dat ongetwijfeld het hele jaar door in steeds heftiger bewoordingen zal worden gevoerd. Natuurorganisaties en oppositiepartijen hebben de messen geslepen om het staatssecretaris Bleker van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie (EL&I) zo moeilijk mogelijk te maken om het voorstel zoals dat er nu ligt tot wet te verheffen. De Dierenbescherming richt haar pijlen op de in het concept opgenomen lijst van diersoorten die bejaagd mogen worden, die Bleker wil uitbreiden van vijf naar elf.

Ik zeg elf, maar het waren er twaalf. In 2011 heeft de staatssecretaris namelijk al een eerste concessie gedaan door de smient van deze jachtlijst te schrappen. Daarmee gaf hij gehoor aan een specifiek verzoek van de Dierenbescherming. Maar met dit gebaar van goede wil is het feest natuurlijk pas begonnen, want de Dierenbescherming zal niet rusten voordat de lijst van elf tot nul is gereduceerd. Is dat realistisch? Jazeker! Wel als de staatssecretaris de publieke opinie serieus wil nemen; het publiek is in meerderheid gekant tegen de plezierjacht. Kortom, de staatssecretaris kan zijn borst natmaken.

Positieflijst
Ook over de te vernieuwen Wet op de dierproeven zal dit jaar de discussie losbarsten, net als over de nadere invulling van de Wet dieren, die in 2013 van kracht moet worden. In deze debatten zal de Dierenbescherming eveneens een prominente rol vervullen. Alleen al vanwege het feit dat deze drie voor de dieren in Nederland uitermate belangrijke wetten dit jaar alle ter discussie staan, is 2012 een jaar bij uitstek waarin de Dierenbescherming een krachtige stem zal moeten hebben. Met onze kennis en vernieuwende ideeën zijn wij meer in staat het Binnenhof op zijn grondvesten te doen schudden.

Bij de vernieuwing van de Wet op de dierproeven zetten wij in op meer transparantie bij onderzoek waarvoor dieren worden ingezet. Voor elk onderzoek moet een onafhankelijke landelijke beoordelingscommissie een ethische afweging maken. Oprichting van die commissie moet in de nieuwe wet worden opgenomen. Bij de nieuwe Wet dieren staat invoering van een positieflijst, in elk geval voor zoogdieren, op ons verlanglijstje. Daarop staat welke dieren als huisdier gehouden mogen worden. Ook willen wij scherpere regels voor het doden van dieren en over dierenmishandeling in de wet opgenomen zien.

Hoger niveau
Minister Opstelten van Veiligheid en Justitie zal in 2012 eveneens met ons van doen krijgen. En dan heb ik het natuurlijk over de dierenpolitie, die dit jaar haar definitieve vorm moet krijgen. De Dierenbescherming is betrokken bij de opleiding van de agenten, waarmee onze inspectiedienst nauwgezet zal samenwerken om dierenleed te bestrijden. Daarnaast participeert de Dierenbescherming in een projectgroep die in kaart brengt hoe opvang, transport en zorg voor de betrokken dieren moet worden gecoördineerd. De Dierenbescherming ziet in die coördinatie een rol weggelegd voor zichzelf. Wij blijven kritisch op de ontwikkelingen in dit dossier.

Ook voor de paradepaardjes van de Dierenbescherming zelf – onze asielen – belooft 2012 het begin van een mooi tijdperk te zijn. Met het leggen van de eerste steen is vorig jaar oktober in Amersfoort begonnen met de bouw van het eerste Dierenbeschermingscentrum van Nederland. Het centrum moet eind dit jaar af zijn, waarna de Dierenbescherming de beschikking heeft over een eerste opvanglocatie voor dieren die aan de modernste eisen van duurzaamheid en dierenopvang voldoet. In Limburg begint in het voorjaar de bouw van een tweede centrum. En ook in Brabant staat er een gepland. Hiermee tilt de Dierenbescherming de opvang van dieren naar een nog hoger niveau.

Mooie rooie
De nieuwbouw moet onze opvang naar een nog hoger niveau tillen, maar past tevens in ons streven om in 2012 verder te professionaliseren en verduurzamen. Zo is de opvang deels ondergronds om geluidsoverlast reduceren. Verwarming van het pand geschiedt door middel van biomassa. En we kijken of het mogelijk is gebruikte kattenbakkorrels als brandstof te hergebruiken. Aan verbetering van het dierenwelzijn wordt gewerkt door de dieren in het centrum meer ruimte te bieden dan wettelijk voorgeschreven, honden niet tegenover elkaar te plaatsen en diersoorten beter van elkaar gescheiden.

Een andere belangrijke ontwikkeling voor de dieren in onze opvangcentra is Meet Your Match, dat de Dierenbescherming dit jaar groots uitrolt. Het idee is simpel maar doordacht: we maken een indeling in basistypen van dieren, ontwikkelen een quickscan van de kenmerken en voorkeuren van mens en dier en pakken de beoordeling van dieren door medewerkers gestructureerd aan. Zo maken mens en dier op een aansprekende en toegankelijke manier kennis met elkaar en is er oog voor meer dieren dan alleen die ene mooie rooie. Meet Your Match is als pilot bij de opvangcentra van Den Bosch, Krimpen aan den IJssel en Maastricht van start gegaan. Bij succes volgt landelijke invoering.

Ik zoek baas
Uiteraard bouwen we in 2012 ook Ik Zoek Baas verder uit. De bijbehorende website, IkZoekBaas.nl, is nu al een doorslaand succes. Duizenden dieren hebben sinds 2009 een baasje gevonden langs deze weg, met een gemiddelde van elf per dag! Belangrijker dan dat aantal is de informatie die mensen op de website over een dier kunnen vinden. Net als Meet Your Match is de website zo een instrument om te voorkomen dat mensen teleurgesteld en dieren gestrest raken. In mei rollen wij onze promotiecampagne voor Ik Zoek Baas weer uit, om mensen aan het begin van de zomervakantie extra op het hart te drukken dat de dieren in onze opvangcentra niet vergeten mogen worden.

Volgende week begint volgens de Chinese kalender het jaar van de draak. Het mythologische dier staat symbool voor onder meer trots, succes, geestdrift en inspiratie. Chinezen geloven dat het jaar van de draak staat voor een jaar van geluk, een jaar dat zich leent om nieuwe zaken op te starten. U heeft onze plannen gelezen; dat kan geen toeval zijn!

Terugkijken in vogelvlucht…

Algemeen No Comments »

In de laatste week van het jaar zijn de top-tienlijstjes, overzichten en terugblikken weer niet van de lucht. Ik draag daar graag aan bij door u in vogelvlucht door het afgelopen jaar te voeren, en nog één keer laten zien waarom de Dierenbescherming ook in 2011 weer dé autoriteit op het gebied van dierenwelzijn was.


Allereerst was ik zo trots als een pauw op ons eigen tv-programma Dierenbeschermers, dat wekelijks 750.000 (!) kijkers trok. Het programma bood een uniek kijkje achter de schermen bij onze mensen in het veld. Ambulancemedewerkers, personeel in opvangcentra en talloze andere medewerkers van de Dierenbescherming die zich vaak geheel belangeloos inzetten voor dieren in nood. Een ware eye opener voor veel mensen!

2011 was natuurlijk het jaar van de Grote Doorbraak voor ons Beter Leven kenmerk. Albert Heijn zette de toon en deed al zijn reguliere varkensvlees in de ban. Het varkensvlees met één ‘Beter Leven’-ster kwam ervoor in de plaats. Velen volgden en uitermate tevreden constateer ik nu dat de Dierenbescherming er dit jaar in is geslaagd 10 miljoen dieren een aantoonbaar beter leven te geven. Dat geeft me echt een kick.

In dit overzicht mag de Dierenpolitie niet ontbreken. De eerste dierenagenten zijn inmiddels gecertificeerd. Ik zie een veelbelovend begin van een samenwerking met onze inspectiedienst, die verder geïntensiveerd zal worden in 2012. Zo hebben we met de overheid afgesproken om in 2012 te kijken naar ‘de achterkant’ van het werk van de dierenpolitie en onze dienst: hoe gaan we bijvoorbeeld de opvang en zorg voor dieren in nood regelen? De Dierenbescherming speelt daarin graag een centrale en coördinerende rol. Ik heb er alle vertrouwen in dat dit goed gaat komen én dat dieren in nood daar van zullen profiteren.

Dan de aanpak en preventie van stalbranden. Een dossier dat de Dierenbescherming in 2008 opende, door misstanden flink aan de kaak te stellen. Vorige week nog kwam het bericht dat de aanpak van stalbranden in Nederland eindelijk gestalte krijgt in het Actieplan Stalbranden 2012-2016. Ik kan u niet zeggen hoe blij ik ben met dit resultaat! We hebben er jarenlang keihard aan gewerkt. Meestentijds speelde dit zich achter gesloten deuren af, maar onze inzet was er niet minder om.

Ik sluit af met een klein succesje dat we behaalden met ons protest tegen de plannen van staatssecretaris Bleker om een hele lijst diersoorten vrij bejaagbaar te verklaren. Zo wisten we de smient, een volstrekt onschuldig eendje, weer van die lijst af te krijgen. Ik beloof u dat de Dierenbescherming er de komende tijd alles aan zal doen om nog meer dieren van deze lijst te krijgen. De plannen liggen klaar!

Smaakt dit overzichtje naar meer? Dan kunt u natuurlijk ook een kijkje nemen op onze pagina met successen in 2011. Vergeet daarbij niet dat we dit werk alleen kunnen doen dankzij de inzet van duizenden onvermoeibare vrijwilligers en de financiële steun van sympathisanten. Wilt u weten hoe u ons kunt steunen, kijk dan op de ‘Steun ons’-pagina.

Ik wens u in elk geval een heel prettige jaarwisseling en alvast een gezond en diervriendelijk 2012!

Laat de dieren niet de dupe worden…

Algemeen No Comments »

Echte dierenbeschermers doen het niet voor het geld. Praten er ook niet over. Denken er niet aan. Maar ze hebben het wel nodig, natuurlijk, als ze hun werk op professionele wijze willen doen. En dat wil de Dierenbescherming. En dankzij de giften van honderdduizenden mensen die lid zijn of geld doneren, lukt dat ook. Niet voor niets zijn wij al bijna 150 jaar de meest prominente Nederlandse organisatie die opkomt voor de dieren.

Maar Nederland vertoeft momenteel wel in een economische crisis, samen met de rest van Europa en de wereld. En iedereen voelt overal die crisis om zich heen. Daardoor hebben alle goede doelen in Nederland het momenteel zwaar. Want al die mensen die graag geven – en Nederland is een heel vrijgevig land – maken zich steeds meer zorgen om hun portemonnee; zij voelen zich genoodzaakt de knip er voorlopig op te houden. Uitgaven aan goede doelen komen zo onder druk te staan.

Sterk blijven
In de maand die in het teken staat van geven en ontvangen, vraag ik mensen met het hart op de juiste plek en nog wat ruimte in de portemonnee dan ook om kerst dit jaar te vieren door een goed doel te steunen met een donatie of lidmaatschap. Een tijd als deze betekent namelijk dat niet alleen de inkomsten van goede doelen onder druk staan, maar juist ook de doelen waarvoor zij staan; als er bezuinigd moet worden, zijn ‘softe’ waarden als dierenwelzijn al snel het haasje.

Ook de Dierenbescherming merkt dat mensen zich momenteel twee keer bedenken voordat zij doneren of lid worden of blijven van een vereniging waarvan zij de doelstellingen onderschrijven. Nu is de Dierenbescherming een gezonde organisatie, waardoor wij ons niet direct zorgen hoeven te maken over de nabije toekomst. Maar het is wel zaak dat wij sterk blijven! En nee, dat zeg ik niet uit eigen belang of het belang van de organisatie; ik zeg het omdat wat wij bereikt hebben voor de dieren niet verloren mag gaan.

Sprong voorwaarts
Neem ons Beter Leven kenmerk. Dat gaat als een tierelier. Zo goed zelfs, dat de Dierenbescherming zich een slag in de rondte werkt om alle aanvragen te verwerken die vanuit het bedrijfsleven komen om het kenmerk op zijn producten te mogen dragen. Dat kost tijd, dat kost geld. En dat is prima! Het kenmerk is zo invloedrijk geworden dat de criteria voor een ster steeds vaker genoemd worden als de ondergrens die zou moeten gelden voor het welzijn van de productiedieren in ons land.

Dankzij het Beter Leven kenmerk, en dus dankzij de Dierenbescherming, maakt vlees waar een beter welzijn voor de dieren achter zit momenteel dus een sprong voorwaarts. Als de Dierenbescherming minder slagkracht zou krijgen door onvoldoende financiële ondersteuning vanuit de samenleving – wij ontvangen geen structurele subsidie – dan wordt het op termijn moeilijker dit soort initiatieven te ontplooien en tot een succes te maken. En wie zijn dan de dupe? Juist, de dieren! Laat dat niet gebeuren…

Lid worden van de Dierenbescherming is heel eenvoudig. Op een andere manier ondersteuning bieden eveneens. En, niet onbelangrijk: een gift dit jaar gegeven is nog aftrekbaar van de belasting.

Niet meer weg te denken…

Algemeen 1 Comment »

De PvdA kondigt aan een einde aan de vee-industrie in Nederland te willen maken door de criteria voor een ster van het Beter Leven kenmerk van de Dierenbescherming te verheffen tot ondergrens voor het welzijn van productiedieren. D66 dient tijdens de begroting landbouw en natuur een motie in om scharrelmelk te introduceren die sterren van het Beter Leven kenmerk moet krijgen; voor verwezenlijking van dat plan moet de overheid een miljoen euro uittrekken om de Dierenbescherming hiertoe in staat te stellen. Dagblad Trouw schrijft dat het Beter Leven kenmerk dit jaar zijn definitieve doorbraak heeft beleefd.

Je hebt zo van die momenten waarin opeens alles op zijn plaats valt en je met je neus op de feiten wordt gedrukt. Deze week was zo’n moment voor de Dierenbescherming. Wat viel er op zijn plaats? Alle inspanningen die wij ons ook dit jaar hebben getroost voor de dieren in de vee-industrie culmineerden in een lofzang op het Beter Leven kenmerk in media en politiek. En de feiten waarop wij met onze neus gedrukt werden logen er ook niet om: het Beter Leven kenmerk is het paradepaardje van de Dierenbescherming en uitgegroeid tot hét symbool voor oog voor het welzijn van productiedieren in Nederland.

Weelderkip
Ik heb het al vaker gezegd: het Beter Leven kenmerk, waarmee inmiddels 11 miljoen dieren een beter leven is gegeven, is bedoeld om de bijl aan de wortel van de vee-industrie te zetten. Tot nu toe waren dat vooral woorden om de achterliggende gedachte van het kenmerk uit te leggen. Nu blijkt dat we er in aan het slagen zijn om die woorden waar te maken. En ja, dat is een constatering die mij met trots vervult, niet in het minst omdat wij als dierenbeschermingsorganisatie het risico hebben durven nemen om het kenmerk te introduceren. Het was een weloverwogen maar ook moeilijke beslissing om naam en faam te verbinden aan vlees…

De maatschappelijke relevantie van het Beter Leven kenmerk werd vorige week op misschien nog belangrijker wijze onderstreept toen de Reclame Code Commissie (RCC) op verzoek van Wakker Dier oordeelde dat supermarktketen Coop haar klanten heeft misleid door de zogenaamde Weelderkip als diervriendelijk aan te prijzen. De RCC vindt dat vlees pas diervriendelijk mag worden genoemd als de omstandigheden voor de dieren “aanmerkelijk beter zijn dan die van reguliere kip uit de bio-industrie.” Volgens de commissie is daarvan geen sprake in het geval van de Weelderkip, die onder de naam ‘Onze kip’ ook door C1000 wordt verkocht.

‘Hot’
Wat dat met het Beter Leven kenmerk heeft te maken? Nou, die kip niets. Want die komt niet in aanmerking voor zelfs maar één ster, omdat de leefomstandigheden voor deze dieren zelfs voor die bescheiden doch belangrijke waardering te weinig zijn verbeterd ten opzichte van de reguliere vleeskippenhouderij. En dat is nu net wat er zo belangrijk is aan de uitspraak van de RCC. Want de commissie gaf duidelijk aan veel waarde te hechten aan de onafhankelijke beoordeling van de Dierenbescherming bij haar Beter Leven kenmerk en minder te geloven in praatjes van producenten en verkopers.

Nu onafhankelijke instituten het kenmerk als uitgangspunt nemen voor de beoordeling van het welzijn van productiedieren komen we dicht bij het punt waarop de missie van de Dierenbescherming geslaagd is te noemen. Diervriendelijker geproduceerd vlees is ‘hot’; elke supermarktketen heeft het in de schappen liggen. Als het aan de PvdA en D66 ligt, wordt dit de komende jaren alleen nog maar meer. In het standpunt dat het Beter Leven kenmerk daarbij als leidraad moet dienen, vinden zij in de RCC een belangrijke medestander. Het Beter Leven kenmerk is niet meer weg te denken uit Nederland!

“Omdat het vlees zo lekker is”

Algemeen 1 Comment »

“Ik ben voor een natuur waaruit je ook mag oogsten. Als er genoeg dieren zijn, dan moet dat kunnen. Wat is er duurzamer dan een stukje zwijn of ree?” Dat zei staatssecretaris Bleker van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie (EL&I) vorige week tijdens de aanbieding van de reactie van de Dierenbescherming op de concepttekst van ‘zijn’ nieuwe Wet natuur. Met zijn woorden, die rechtstreeks uit een jagershart lijken te komen, liet hij weinig twijfel bestaan over zijn houding ten aanzien van plezierjacht.

Goed, dat mag niet verrassend zijn. Ook de concepttekst van de Wet natuur liet al weinig aan de verbeelding over. Zo geeft de staatssecretaris daar in aan de jachtlijst te willen uitbreiden van vijf naar twaalf diersoorten. Tegen die uitbreiding heeft de Dierenbescherming geprobeerd zo veel mogelijk met op feiten gebaseerde argumenten te ageren in onze vijftig pagina’s tellende reactie. En dat is nu wat mij steekt in de woorden van de staatssecretaris; hij sprak hier een mening uit die juist niet gestoeld was op feiten, maar op emotie. Het jachtbeleid moet met feiten worden onderbouwd, omdat we het hier wel hebben over het al dan niet doden van dieren.

Beschermd door Europa
Eén ding moet ik de staatssecretaris echter nageven: hij is transparant over zijn plannen; wat je ziet is wat je krijgt. En wat we hier zien is een staatssecretaris die zich onomwonden opstelt als beschermheilige van de jager. Daar is hij heel eerlijk en open in. Maar waar de Dierenbescherming dacht goedonderbouwde argumenten te moeten aandragen om duidelijk te maken dat, bijvoorbeeld, de smient (een mooie watervogel) niet verantwoordelijk is voor grote economische schade en dus niet bejaagd hoeft te worden, daar zegt Bleker doodleuk dat dieren als ware het appels en peren geoogst mogen worden als er voldoende van zijn.

Waar zijn voorgangers – meestal partijgenoten – altijd probeerden duidelijk te maken dat het bij jacht toch vooral om natuurbeheer gaat, zegt Bleker gewoon waar het echt op staat: als het even kan, schieten met die hap! Afspraken binnen de Europese Unie verplichten Nederland er voor te zorgen dat er ten minste 250 duizend smienten in Nederland verblijven. Hun aantal wordt momenteel geschat op 900 duizend. Dus? “Dat kan wel wat minder”, zegt de staatssecretaris. Wat dat betreft heeft de smient nog geluk dat hij in elk geval is beschermd door Europa.

Professioneel afschot
De Dierenbescherming geeft in haar reactie op het conceptwetsvoorstel van Bleker argumenten voor haar weerstand tegen uitbreiding van de jachtlijst. En die argumenten staven wij aan de hand van cijfers en feiten. Zo staat ook de ree op de nominatie voor plaatsing op de jachtlijst. Maar het Faunafonds, dat financiële tegemoetkomingen toekent voor door beschermde diersoorten aangerichte schade, geeft aan dat op jaarbasis nooit meer dan 20 duizend euro is uitgekeerd ter compensatie van door reeën veroorzaakte schade; de ree op de jachtlijst levert hoegenaamd geen bezuiniging op. Waarom zou zij er dan toch op thuishoren? Bleker: “Omdat het vlees zo lekker is.”

Is jacht nodig? En zo ja, in welke situaties? Dat zijn de nut- en noodzaakvragen die moeten worden beantwoord voordat in het uiterste geval kan worden besloten dat professioneel afschot van een zo beperkt mogelijk aantal dieren voor mens en dier de minst slechte optie is om een situatie op te lossen waarin hun respectievelijke belangen te zeer uiteenlopen. Professioneel afschot is geen plezierjacht. Sterker, zij hebben niets met elkaar te maken. Volgens mij beseffen wij in Nederland tegenwoordig dat het rücksichtslos doden van dieren, puur omwille van het eigen plezier, een ontoelaatbare inbreuk is op het recht op leven van een dier. Alleen Bleker en een handvol kornuiten zijn zo ver nog niet.

Samen doen!

Algemeen 1 Comment »

Duurzaamheid is het sleutelwoord van de economische toekomst. En tot de maatstaven voor duurzaamheid wordt tegenwoordig ook dierenwelzijn gerekend, zelfs als dat volgens sommigen op gespannen voet staat met andere componenten van duurzaamheid; een hermetisch afgesloten stal stoot minder schadelijke stoffen uit dan open stallen of dieren in de wei, bijvoorbeeld. Gelukkig beseft elk weldenkend mens zo langzamerhand echter dat een systeem waarin een dier geen dier meer kan zijn ethisch onverantwoord is.

In lijn met dit besef belegde het Convenant Marktontwikkeling Verduurzaming Dierlijke Producten, waarin de Dierenbeschermng deelneemt, een rondetafelgesprek over diervriendelijker geproduceerd voedsel voor het tijdschrift VMT (Voedingsmiddelentechnologie). Plaats van handeling: het verenigingsbureau van de Dierenbescherming in Den Haag. Aan tafel: duurzame veehouder Jan Broenink, hoofd duurzaamheid Anniek Mauser van Unilever Benelux en directeur consumentenzaken en kwaliteit Marc Jansen van het Centraal Bureau Levensmiddelenhandel (CBL, de brancheorganisatie van supermarkten). 

Beter Leven kenmerk
Mauser van Unilever zegt dat haar werkgever duurzaamheid hoog in het vaandel heeft staan. De rookworsten met een of twee sterren van het Beter Leven kenmerk van de Dierenbescherming, die dochteronderneming Unox van de multinational sinds kort op de markt brengt, staven die bewering. En juist daarom, omdat de sterren het duurzaamheidsverhaal van Unilever staven, is de Dierenbescherming voor bedrijven in de voedingsindustrie volgens Mauser zo belangrijk; het Beter Leven kenmerk bevestigt dat het hier niet om zomaar een verkooppraatje gaat.

Dat de introductie van het Beter Leven kenmerk een welzijnsverbetering voor miljoenen dieren in Nederland oplevert, beaamt veehouder Broenink. Hij is een gedreven, intelligente verduurzamer die zich niet voor een gat laat vangen. Al jaren zet hij zich in voor verduurzaming van de veehouderij. Zo wil hij een diervriendelijker zaagselstal bouwen voor zijn varkens. Het pionierschap van mensen als Broenink krijgt waardering van Jansen van het CBL, die duurzaamheid zegt te willen stimuleren. Tegelijkertijd vraagt hij om begrip voor ondernemers die meer tijd nodig hebben om te verduurzamen. Jansen benadrukt dat boeren een eigen verantwoordelijkheid hebben bij het verduurzamen van hun productie. Broenink beaamt dit en zegt ook persoonlijke ethische overwegingen mee te laten spelen.

Succesvolle dierenpolitie
Het rondetafelgesprek voor VMT is niet toevallig juist nu georganiseerd; ook de media herkennen het welzijn van dieren steeds vaker als integraal onderdeel van duurzaamheid. Niet voor niets prijkten mijn naam en tronie onlangs fier in de Duurzame 100 van dagblad Trouw. De op 81 na meest invloedrijke Nederlander op het gebied van duurzaamheid… Niet slecht! Uiteraard is die eer mij niet zozeer toebedeeld vanwege eigen verdiensten, maar vooral vanwege het werk dat de gehele Dierenbescherming heeft gedaan om dierenwelzijn op de kaart van duurzaam Nederland te zetten.

Mijn vermelding in de Duurzame 100 lijkt, gezien de bijbehorende profielschets, mede te danken aan mijn kritische houding ten opzichte van de komst van een dierenpolitie. Ja, dat klopt, ik ben kritisch. Maar wel kritisch-positief, natuurlijk. Dankzij die houding ziet de overheid in dat een succesvolle dierenpolitie meer is dan blauw op straat om mensen die dieren leed berokkenen in de kraag te vatten; ook de slachtofferhulp aan dieren moet beter, zoals de coördinatie van dierenambulances en de opvang van in beslag genomen dieren. Een duurzame maatschappij pakt ook dierenleed aan.

Klimaatneutraal
Maar alleen de dierenpolitie op kritisch-positieve wijze bijstaan is onvoldoende voor een vermelding in de Duurzame 100. Vandaar dat ook het Beter Leven kenmerk in de profielschets wordt genoemd. Dat is volgens Trouw een mooi voorbeeld van de manier waarop de Dierenbescherming mensen in Nederland aanzet tot dierbewuster consumptiegedrag. Miljoenen dieren leiden dankzij het kenmerk een beter leven dan zij zonder het kenmerk hadden geleid. Dat is een prestatie die staat!

Duidelijk is dat dierenwelzijn wat een invloedrijke krant als Trouw betreft dient te worden meegewogen als maatstaf voor duurzaamheid. Maar de Dierenbescherming probeert ook als maatschappelijke organisatie een toonbeeld van duurzaamheid te zijn. Kijk naar ons nieuwe Dierenbeschermingscentrum in Amersfoort, dat model staat voor het dierenasiel van de toekomst. Dat werkt zo veel mogelijk klimaatneutraal. En nee, ook bij de Dierenbescherming ontkomen wij niet aan leaseauto’s voor medewerkers – onze inspecteurs! – die veel reizen en hun bestemming niet altijd met het openbaar vervoer kunnen bereiken. Via Greenlease gaat dat echter eveneens klimaatneutraal.

Begeleiden
De erkenning door Trouw van de invloed van de Dierenbescherming op het debat over duurzaamheid wekt verwachtingen. Nog meer dan voorheen zullen wij ons daarom inzetten voor een maatschappij waarin duurzaamheid een maatstaf is voor economische voorspoed en dierenwelzijn een maatstaf voor een duurzame economie. Er is een lange weg te gaan voordat die maatschappij is verwezenlijkt. Desondanks heb ik er alle vertrouwen in dat wij in Nederland en daarbuiten de noodzakelijke omslag zullen maken. Maar we zullen het wel samen moeten doen. Gelukkig is samenwerking juist de kracht van de Dierenbescherming.

Een historisch moment voor de dieren

Algemeen 3 Comments »

En daar zat ik dan, vorige week. Aan tafel op het ministerie van Veiligheid en Justitie (VenJ)  met minister Opstelten, de directeur-generaal van het ministerie van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie (EL&I) en vertegenwoordigers van de Federatie Dierenambulances Nederland (FDN) en de Koninklijke Nederlandse Maatschappij voor Diergeneeskunde (KNMvD). En ja, met Tweede Kamerlid Dion Graus van de PVV, natuurlijk – de man die aan de basis heeft gestaan van deze bijeenkomst, die was belegd om de komst van een dierenpolitie handen en voeten te geven. En dat is gelukt!

Wat we hebben gedaan aan die tafel? Heel saai, eigenlijk. Convenanten ondertekend, afspraken op papier vereeuwigd door middel van tekstjes en wat handtekeningen. Meer niet. En toch was dit een belangrijk moment voor de gezelschapsdieren in Nederland. Want die afspraken houden in dat vanaf 15 november de eerste dierenagenten in  de straten van ons land zullen surveilleren op zoek naar en, vooral, ter voorkoming van dierenleed. De komst van in dierenleed gespecialiseerde agenten valt samen met de ingebruikneming, komende maand, van ‘144 red een dier’, het nieuwe meldnummer voor dierenleed.

Wie helpt het slachtoffer?
Dat ik aan die tafel zat, dankte ik aan hard lobbywerk. En nee, het was geen persoonlijk succes, maar vooral een opsteker voor de Dierenbescherming en de dieren. Waarom? Omdat de aankondiging van een dierenpolitie door de nieuwe regering in oktober 2010 als een donderslag bij heldere hemel kwam. Dat plan, beseften wij, zou grote gevolgen hebben voor onze Landelijke Inspectiedienst Dierenbescherming (LID), die sinds jaar en dag met verve de taken vervult die de dierenpolitie nu op zich gaat nemen. En was er wel nagedacht over de transport- en opvangmogelijkheden die intensievere aanpak van dierenleed met zich mee zal brengen?

Nee, vond de Dierenbescherming. En dus gingen wij aan de slag om de overheid duidelijk te maken dat het plan in aanleg goed was, maar dat er haken en ogen aan zaten die moesten worden verwijderd om het tot een succes te maken. Een heel zichtbaar resultaat was een advertentie in enkele landelijke dabladen. Onder de titel ‘De dierenpolitie pakt de dader. Maar wie helpt het slachtoffer?’ zetten wij uiteen waarom de Dierenbescherming betrokken moet worden bij de invulling van het plan: wij weten hoe je verwaarloosde en mishandelde dieren moet helpen. Dat doen wij al sinds 1920, waarvan de laatste 35 jaar met gespecialiseerde beroepsinspecteurs en talloze vrijwillige afdelingsinspecteurs.

Lappendeken van dierenambulancediensten
Die boodschap sloeg aan; de ministeries luisterden, waarna het echte lobbyen begon. En zo kon het gebeuren dat ik vorige week maandag aan die tafel zat. En dat de expertise van de LID niet verloren gaat. Integendeel, de LID speelt nu een rol in de opleiding van de agenten en gaat bestuursrecht op het gebied van dierenwelzijn intensiever handhaven. In bestuursrechtelijke zaken krijgt de eigenaar de kans om het welzijn van het dier in kwestie te verbeteren. Als de situatie ernstig is, kan een dier naar een opvangadres worden gebracht om veterinaire zorg te ontvangen. De andere werkzaamheden van de LID, zoals toezichtcontroles, gaan gewoon door. De inspectiedienst bezoekt onder andere plaatsen waar veel dieren verblijven of verhandeld worden, zoals handelaren en markten.

De  andere overeenkomst die vorige week werd getekend gaat onder meer over het realiseren van  een landelijk dekkend netwerk van dierenambulances. Dat is er nog niet. Sommige ambulances opereren nu onder de vlag van de Dierenbescherming, andere zijn aangesloten bij de FDN. Afgesproken is dat er een systeem komt, ontdaan van de overlappingen en hiaten die de huidige lappendeken van dierenambulancediensten kenmerken. Dankzij deze afspraken is de bijeenkomst op het ministerie van VenJ het historische moment geworden waarop de Dierenbescherming na het vernemen van de plannen voor een dierenpolitie onmiddellijk heeft ingezet.

Kennisuitwisseling werkt!

Algemeen No Comments »

Het beschavingsniveau van een natie is af te lezen is aan de manier waarop deze met de zwakkeren omgaat. Die wijze woorden sprak dagvoorzitter Jan Terlouw, schrijver en voormalig politicus, bij de opening van de vierde Conferentie Gemeentelijk Dierenwelzijnsbeleid, vorige week donderdag in Het Vechthuis in Utrecht. Mooie woorden, ontleend aan de misschien wel beroemdste vegetariër die de wereld ooit gekend heeft, de Indiase politicus en jurist Mahatma Gandhi.

Als de conferentie een indicatie is van de wijze waarop wij in Nederland met dieren omgaan, dan zou Gandhi zonder twijfel lovend zijn geweest over de hoge mate van beschaving in ons land. Want wat leeft dit onderwerp onder de Nederlandse gemeenten, zeg! Maar niet alleen gemeentevertegenwoordigers waren in grote getale komen opdagen, ook andere overheden en particuliere instellingen – ook enkele waar de Dierenbescherming regelmatig mee in de clinch ligt – gaven acte de présence.

Goede opkomst
Zo had de Sectorraad Paarden voorzitter Wilfred Franken van de werkgroep ruimtelijke ordening, mest, milieu en duurzaamheid afgevaardigd voor een presentatie. Met de raad is de Dierenbescherming het vaak oneens over de wijze waarop het welzijn van honderdduizenden paarden in Nederland moet worden verbeterd. De raad wil dat zelf regelen, wij pleiten voor regelgeving door de overheid. De aanwezigheid van Franken toont dat ook de Sectorraad niet blind is voor de belangen van dieren.

Dat dierenwelzijn meetelt in Nederland blijkt overigens niet alleen uit de goede opkomst bij deze conferentie, maar ook uit, bijvoorbeeld, de maatschappelijke discussie die momenteel wordt gevoerd over de toekomst van de veehouderij in Nederland; er lijkt consensus te ontstaan dat de huidige wijze van veehouderij onhoudbaar is. En ook bij het kabinet-Rutte telt dierenwelzijn mee; denk aan de komt van een dierenpolitie. Kortom, zorgvuldig omgaan met dieren speelt een voorname rol in het publieke en politieke debat.

Gemeente Soest
Uiteraard kwam in Utrecht ook de dierenpolitie aan bod. Okke van Gelderen van het Korps Landelijke Politiediensten (KLPD) en Jochem Pleijsier van het ministerie van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie (EL&I) bespraken de invoering van het meldnummer 144-red-een-dier. Een valkuil, zeiden zij, is het feit dat een goede koppeling met dierenambulances en opvangcentra nodig is terwijl die werelden heel versnipperd zijn. De Dierenbescherming heeft aangeboden om een koepelorganisatie op te richten die aanspreekpunt kan zijn.

Er zijn in Nederland inmiddels 66 wethouders met dierenwelzijn in de portefeuille. Dat aantal is groeiende. De helft van die wethouders was aanwezig in Utrecht. Dat betekent dat de doelgroep goed is bereikt: kennisuitwisseling, uiteraard de belangrijkste doelstelling van deze bijeenkomst, werkt. Een voorbeeld is de gemeente Soest, die bij een workshop tijdens de conferentie in 2009 leerde over een slimme aanpak van agressieve honden en heeft aangegeven dat die aanpak inmiddels met succes wordt toegepast.

Een politieke reuzensprong

Algemeen 1 Comment »

De Europese Unie wil het welzijn van de dieren in haar lidstaten bevorderen. Dit is al sinds de invoering van het Europees Gemeenschappelijk Landbouwbeleid (GLB) in 2003 een officiële doelstelling. Maar komt dat er in de praktijk van? En hoe? Volgens de Dierenbescherming en haar Europese partner Eurogroup for Animals is op die vragen nooit duidelijk antwoord gegeven. Vandaar dat wij ze nog maar eens aan de Europese Commissie hebben voorgelegd, gisteren in Brussel, tijdens de presentatie van de toekomstplannen voor het gemeenschappelijke landbouwbeleid.

Dat het op zijn minst twijfelachtig is of het beleid een positief effect heeft gehad op het welzijn van de dieren in Europa staat vast. Zo hebben de landbouwsubsidies geleid tot de ontwikkeling van steeds verdere intensivering van de veehouderij – met alle bekende negatieve gevolgen voor de dieren van dien. In de praktijk lijkt het toch vooral te gaan om concurrentiekracht en productiviteit, waarbij dierenwelzijn een volledig ondergeschoven – zo niet totaal afwezig – kindje is. De Dierenbescherming heeft de Commissie gevraagd hoe de gevolgen van het beleid worden beoordeeld en geëvalueerd.

Zonder problemen
Een voorbeeld van een goede ontwikkeling op het gebied van dierenwelzijn in Europa is het verbod op legbatterijen, dat op 1 januari 2012 ingaat; aan dat verbod is af te lezen dat dieren wel degelijk meetellen in de beleidsbepalingen van de Unie. Een goede zaak, dus, waartoe overigens al voor de invoering van het GLB was besloten. Als puntje bij paaltje komt, blijken ook hier economische belangen echter te prevaleren; eurocommissaris John Dalli van Dierenwelzijn liet onlangs weten dat pluimveehouders die niet tijdig zijn overgeschakeld op een diervriendelijker systeem dispensatie krijgen.

Het voorbeeld toont aan dat Europa haar eigen beleid zonder problemen ontduikt: “Tuurlijk, dat verbod op legbatterijen komt er”, zegt Dalli. “Europa staat toch een beter leven voor de dieren voor? Wat zegt u, kippenboer? U had niet voorzien dat het verbod er twaalf jaar na het besluit daartoe daadwerkelijk zou komen? Goed, stoute kippenboer, dan zeggen we dat het verbod doorgaat maar voor u voorlopig niet. Wat vindt u daarvan? En voor uw collega’s in hetzelfde schuitje doe ik hetzelfde. Die paar honderdduizend legkippen die smachtend naar ruimere behuizing uitzien moeten maar even wachten.”

Verkeerde richting
Ach, en zo zijn er nog zo heel wat voorbeelden op te lepelen van voornemens van de Europese Commissie waar nog steeds niets of veel te weinig van terecht is gekomen. Denk aan langeafstandstransporten van dieren, die bestaan bij de gratie van exportsubsidies. In 2005 besloot de Commissie dat het met die transporten in 2013 afgelopen moet zijn. Gisteren, zes jaar na dato, bleek dat de toekomstplannen voor het GLB gewoon blijven voorzien in het toekennen van exportsubsidies voor levende dieren. Een schande, natuurlijk, en totaal tegen eigen beloftes en beleid in!

De meest wrange constatering is ongetwijfeld echter dat de gisteren gepresenteerde toekomstplannen voor het GLB niet laten zien dat de Europese Commissie haar leven wil beteren op het gebied van betrokkenheid bij de bevordering van dierenwelzijn. Integendeel! Dierenwelzijn als doelstelling blinkt in de plannen zelfs uit in afwezigheid… Zo voorzien zij niet in financiële impulsen voor boeren die dierenwelzijn serieus willen nemen. Daarmee zet Europa een stap terug in de tijd. Een stap van acht jaar, welteverstaan – een politieke reuzensprong in de verkeerde richting.

Wat denkt de expert? Deel 2: Bert van den Berg

Algemeen No Comments »

Dit weblog heet Weblog Frank Dales omdat ik, Frank Dales, verantwoordelijk ben voor de inhoud ervan. Toch is de naam misleidend, aangezien ik schrijf als directeur van de Dierenbescherming. Voor mijn stukjes leun ik op de kennis van beleidsmedewerkers, die mij helpen de opinies te vormen die ik als een leesbaar verhaal met eigen sausje op het blog publiceer. De komende weken leen ik mijn digitale hoekje uit aan telkens een andere beleidsmedewerker, die naar eigen inzicht een bijdrage levert. Bert van den Berg, senior beleidsmedewerker Veehouderij, is deze week aan de beurt.

“Beste  Frank,

Menig stakeholder slaakte een diepe zucht toen staatssecretaris Bleker van Landbouw dit voorjaar weer een discussie over de toekomst van de veehouderij aankondigde. Na de varkenspest in 1997 en 1998 was al uitgebreid gediscussieerd over de toekomst van de varkenshouderij in Nederland, na de MKZ-crisis in 2001 stond de intensieve veehouderij opnieuw ter discussie, en in 2003 stortte toenmalig Landbouwminister Veerman zich op het onderwerp. Wie alle mooie woorden en rapporten van toen terugluistert en doorbladert, ziet dat er nog niet veel ten goede is veranderd. Zal het deze keer anders zijn?

Nee. Al die debatten over de veehouderij lossen de problemen niet op. De conclusies die oud-minister van Milieu Hans Alders, die van Bleker opdracht had gekregen het maatschappelijk debat te organiseren, afgelopen week presenteerde, zijn zoals verwacht eveneens nieuw noch verrassend. Ook deze keer zijn de partijen het eens dat er grote problemen aan de intensieve veehouderij kleven, en willen zij aan de hand van een gemeenschappelijke toekomstvisie werken aan verbetering.

Rondeelstal
Ook is iedereen het eens dat de veehouderijsector in de eerste plaats zelf zijn verantwoordelijkheid moeten nemen voor het verduurzamen en maatschappelijk aanvaardbaar maken van zijn sector. Uiteraard kan de overheid daar echter niet bij gemist worden. Zeker nu het rapport van Alders weer eens laat zien dat de veehouderij bereid is te veranderen, maar daar grote moeite mee heeft. De overheid moet juist nu als aanjager van verandering optreden, bewaken dat dit op een goede en faire wijze gebeurt en optreden tegen achterblijvers.

Niet lullen maar poetsen, dus. De Dierenbescherming werkt al jaren aan concrete oplossingen om het welzijn van de jaarlijks ruim 400 miljoen dieren in de Nederlandse vee-industrie te verbeteren. Dit heeft onder andere geresulteerd in de ontwikkeling door Wageningen Universiteit van diergericht ontworpen stallen, waarbij veehouders bij ver- en nieuwbouw van hun bedrijf van meet af rekening houden met het welzijn van de dieren. Het bekendste voorbeeld hiervan is de Rondeelstal voor legkippen, maar ook voor varkens en runderen is de methodiek van diergericht ontwerpen inmiddels beschikbaar.

Miljoenennota
In 2007 heeft de Dierenbescherming het Beter Leven kenmerk geïntroduceerd. Consumenten die vlees willen eten kunnen nu eenvoudig aan het aantal sterren op de verpakking zien hoe diervriendelijk dit geproduceerd is. Het kenmerk slaat bij veehouderij en supermarkten enorm aan; op deze wijze werden in 2010 al 6,9 miljoen dieren aan een beter leven geholpen. Dit jaar worden het er meer dan 10 miljoen. Het Beter Leven kenmerk wordt algemeen als goed voorbeeld gezien hoe de veehouderij het economisch haalbaar moet maken om van bulk naar kwaliteit om te schakelen.

Uiteindelijk moet verduurzaming, waarbij het welzijn van de dieren voorop staat en die zich technisch en economisch bewezen heeft, als minimum aan de gehele veehouderij opgelegd worden. Helaas wil de staatssecretaris de overheid nu juist verregaand terugtrekken – sla de Miljoenennota er maar op na. Dat zou een historische fout zijn, overheidssteun is hard nodig om veehouderijen om te vormen op een manier die meer in lijn is met de maatschappelijke consensus dat dierenwelzijn en – breder – duurzaamheid een grotere rol moeten krijgen in de productie van dierlijke producten dan nu het geval is.

Groet,
Bert.”

WP Theme & Icons by N.Design Studio
Entries RSS Comments RSS Log in